Richtwaarden voor het afregelen van de eindtrap
De eindtrap is oorspronkelijk
ontworpen voor gebruik in het UHF-bereik en bestrijkt een
frequentiegebied van ongeveer 470 tot 860 MHz. Ook buiten
dit bereik presteert de eindtrap nog verrassend goed. Zo is
hij in originele staat succesvol getest op de 70-cm
amateurband, waarbij hij probleemloos functioneerde.
Bij gebruik met analoge televisie levert de eindtrap een
uitgangsvermogen van circa 1,5 kW PEP. De voeding van de
eindtrap is uitgevoerd via een speciale voedingsconnector.
Deze connector is voorzien van drie dikke pennen voor de
30-volt voedingslijnen en één dunne pen voor de 3-volt
voeding. Daarnaast bevindt zich op het chassis een grote pen
die dient als massaaansluiting van de voeding.
De eindtrap wordt gevoed met drie afzonderlijke 30
VDC-lijnen, elk geschikt voor een stroom van 35 ampère, wat
neerkomt op een totale maximale stroom van 105 ampère.
Daarnaast is er een aparte voedingsaansluiting nodig voor 3
VDC bij 7 ampère. De ruststroom van de eindtrap bedraagt bij
30 VDC ongeveer 19 ampère en bij 3 VDC circa 7 ampère.
De bijbehorende IN503A1-voeding
is ontworpen om twee van deze eindtrappen van stroom te
voorzien en vereisen daarvoor een krachtstroomaansluiting.
Even de belangrijke punten
voor de werking van de Eindtrap VH501A1
Voor de regeling van het uitgangsvermogen wordt
gebruikgemaakt van een 25-polige Sub-D-connector (X4).
Binnen deze connector zijn pen 1 en pen 3 verbonden met
massa (GND). Op pen 2 dient een regelspanning van 0 tot 5
volt te worden aangesloten. Met deze spanning kan het
uitgangsvermogen worden ingesteld, waarbij 5 volt
overeenkomt met het maximale vermogen.
Tussen pen 8 en massa (GND) kan een drukschakelaar worden
geplaatst om de indicatielampjes te testen. Daarnaast kan
tussen pen 9 en massa (GND) een drukschakelaar worden
aangesloten om de storingslampjes te resetten.
Pen 25 wordt gebruikt als meetpunt voor het gereflecteerde
uitgangsvermogen.
Even de belangrijke punten
voor de werking van de Voeding IN503A1
Voor de aansluiting wordt
gebruikgemaakt van een 25-polige Sub-D-connector (X8).
Binnen deze connector dienen pen 1 en pen 6 met elkaar te
worden doorverbonden door middel van een draadbrug.
Verder worden pen 7 en pen 25 met elkaar verbonden via een
wipschakelaar, die functioneert als aan/uit-schakelaar. Voor
de resetfunctie kan tussen pen 8 en pen 25 een
drukschakelaar worden geplaatst. Daarnaast wordt tussen pen
9 en pen 25 eveneens een drukschakelaar aangesloten, waarmee
de lampentest kan worden uitgevoerd.
Richtlinien zur Anpassung der Endstufe
Die Endstufe wurde ursprünglich
für den Einsatz im UHF-Band (Frequenzbereich ca. 470 bis 860
MHz) entwickelt. Auch außerhalb dieses Bereichs arbeitet sie
erstaunlich gut. So wurde sie beispielsweise im
Originalzustand erfolgreich im 70-cm-Amateurfunkband
getestet und funktionierte dort einwandfrei.
Im Betrieb mit analogem Fernsehen liefert die Endstufe eine
Ausgangsleistung von ca. 1,5 kW (PEP). Die Stromversorgung
erfolgt über einen speziellen Netzstecker. Dieser Stecker
verfügt über drei dicke Pins für die 30-Volt-Leitungen und
einen dünnen Pin für das 3-Volt-Netzteil. Zusätzlich dient
ein großer Pin am Gehäuse als Masseanschluss für das
Netzteil.
Die Endstufe wird über drei separate
30-V-Gleichstromleitungen mit jeweils 35 Ampere Stromstärke
versorgt, was einen maximalen Gesamtstrom von 105 Ampere
ergibt. Für 3 V Gleichstrom mit 7 Ampere ist außerdem ein
separater Stromanschluss erforderlich. Der Ruhestrom der
Ausgangsstufe beträgt ca. 19 A bei 30 V DC und ca. 7 A bei 3
V DC.
Das mitgelieferte Netzteil
IN503A1 ist für die Versorgung von zwei dieser
Ausgangsstufen ausgelegt und benötigt daher einen
Hochspannungsanschluss.
Hier einige wichtige Hinweise
zum Betrieb des Ausgangsverstärkers VH501A1
Zur Steuerung der Ausgangsleistung wird ein 25-poliger
Sub-D-Stecker (X4) verwendet. Innerhalb dieses Steckers sind
die Pins 1 und 3 mit Masse (GND) verbunden. An Pin 2 wird
eine Steuerspannung von 0 bis 5 Volt angelegt. Mit dieser
Spannung lässt sich die Ausgangsleistung einstellen, wobei 5
Volt der maximalen Leistung entsprechen.
Zum Testen der Kontrollleuchten kann ein Drucktaster
zwischen Pin 8 und Masse (GND) angeschlossen werden. Ein
weiterer Drucktaster kann zwischen Pin 9 und Masse (GND)
angeschlossen werden, um die Fehleranzeigen zurückzusetzen.
Pin 25 dient als Messpunkt für die reflektierte
Ausgangsleistung.
Hier einige wichtige Hinweise
zum Betrieb des Netzteils IN503A1
Die Verbindung erfolgt über
einen 25-poligen Sub-D-Stecker (X8). Innerhalb dieses
Steckers müssen die Pins 1 und 6 mit einer Drahtbrücke
verbunden werden.
Die Pins 7 und 25 sind über einen Wippschalter verbunden,
der als Ein-/Ausschalter dient. Für die Reset-Funktion kann
ein Drucktaster zwischen den Pins 8 und 25 angeschlossen
werden. Ein weiterer Drucktaster dient zum Lampentest und
ist zwischen den Pins 9 und 25 angeschlossen. |